feestmuziek
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrolijke, opgewekte muziek die men maakt of ten gehore brengt op een feestDinsdag 30 april 1985De taxichauffeur had een cassette met luide feestmuziek opgezet, terwijl Quispel toch duidelijk gezegd had: 'Begraafplaats Kommervlugt.'Bovendien lag er een bloemstuk in de vorm van een kruis op de achterbank te geuren.Een demonstratie van Brazilianen kan niet zonder muziek. Intern leidt dat tot onenigheid: een groepje dat net de samba heeft ingezet wordt terecht gewezen. De samba is feestmuziek en op dit moment valt er weinig te vieren in Brazilië.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek