fenegriek
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) vlinderbloemige, sterk riekende plant
- (kruid) fenegriekblad of fenegriekzaad van
- (specerij) gedroogd fenegriekblad of fenegriekzaad van welke in voedsel worden gebruikt
Vertalingen
Engelssicklefruit fenugreek
Fransfenugrec
DuitsBockshornklee
Spaansalholva, fenogreco
Italiaansfieno greco
Portugeesfeno-grego, fenacho, alforva
Russischпажитник сенной
Chinees胡芦巴
Japansフェヌグリーク
Koreaans큰노랑꽃자리풀
Arabischحلبة
Turksçemen otu
Poolskozieradka pospolita
Zweedsbockhornsklöver
Deensbukkehorn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek