festivalsfeer

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de stemming die meestal heerst op festivals
    Ook Sarah Hossack, inwoner van Hull, vindt het een fantastisch project. "Ik ben sinds vanmorgen 04.00 uur naakt. Het was zo leuk, gewoon briljant. Er hing een soort festivalsfeer. We zijn echt dichter bij elkaar gekomen de afgelopen uren."
    "Er hangt hier een soort festivalsfeer. Heel open en overal is het leuk versierd."