fierljeppen

onzijdig (het)/ˈfirˌljɛpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) overbruggen van een zo groot mogelijke afstand met behulp van een polsstok
    Al fierljeppend staken de Friezen vroeger de talrijke grachten over.
zelfstandig naamwoord
  1. sport waarbij een atleet probeert met behulp van een polsstok een zo groot mogelijke afstand te overbruggen
    Het waren de Friezen die het fierljeppen uitvonden.

Etymologie

*van het Friese fier (ver) en ljeppen (springen)

Vertalingen

Duitspultstockspringen, Pultstockspringen