fietshandelaar
mannelijk (de)/ˈfitshɑndəˌlar/
Wat is de betekenis van fietshandelaar?
fietshandelaar betekent: (beroep) iemand of een bedrijf dat fietsen en fietsaccessoires in- en verkoopt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand of een bedrijf dat fietsen en fietsaccessoires in- en verkoopt
Voorbeelden van "fietshandelaar" in een zin
- Deze fietshandelaar is gesprecialiseerd in racefietsen.
Veelgestelde vragen over fietshandelaar
Wat is de betekenis van fietshandelaar?
fietshandelaar betekent: (beroep) iemand of een bedrijf dat fietsen en fietsaccessoires in- en verkoopt
Welk woordgeslacht heeft fietshandelaar?
fietshandelaar is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van fietshandelaar?
Synoniemen van fietshandelaar zijn: rijwielhandelaar.
Hoe gebruik je fietshandelaar in een zin?
Voorbeeld: “Deze fietshandelaar is gesprecialiseerd in racefietsen.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek