fietspad

onzijdig (het)/ˈfitspɑt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een weggedeelte of vrijliggend pad dat is gereserveerd voor het gebruik door fietsers en snorfietsers
    Nederland is uniek in de wereld door de aanwezigheid van het grote aantal fietspaden.
    De zestien wielrenners uit België fietsten volgens de politie op de weg en niet op het naastgelegen fietspad. De bestuurder van een zwarte auto wilde de groep passeren. Bij het inhalen heeft de automobilist waarschijnlijk twee wielrenners geraakt. Volgens de Belgen was er opzet in het spel.
    Experiment met maximumsnelheid op fietspad moet ongelukken terugdringen.

Vertalingen

Engelscycle track
Franspiste cyclable
DuitsRadweg
Spaanscarril bici, pista de bicicletas, ciclovía
Italiaanspista ciclabile
Portugeesciclovia
RussischВелосипедная дорожка
Chinees單車徑
Japans自転車道
Koreaans자전거 길
Arabischمرافق منفصلة للدراجات
Poolsścieżka rowerowa
Zweedscykelväg
Deenscykelsti