Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

fietsparkeren

onzijdig (het)/ˈfitspΙ‘rˌkerΙ™(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) stalling van fietsen in de openbare ruimte
    Ook op de Haarlemmerstraat wordt het fietsparkeren de komende tijd aangepakt. Bij de herinrichting komen er al meer stallingsplekken in de stegen en ook wordt gekeken of het fietsparkeren naast de Coeliekerk op de Lange Mare kan worden verbeterd.

Etymologie

*, in 1977 voor het eerst op grote schaal gebruikt in een reclamecampagne van fietsenmakers: "fietsparkeren is gratis"