fikkie
/ˈfɪki/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hondje, meestal van een vuilnisbakkenrasGeef mijn portie maar aan fikkie. - Ik moet er niets van hebben.
- vuurtje
Etymologie
*"fik" , in de betekenis van ‘hond’ aangetroffen vanaf 1916
Uitdrukkingen
- Er zijn meer hondjes die fikkie heten — Meerdere personen hebben dezelfde naam
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek