filibuster

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrijbuiter
  2. langdurige toespraak als vertragingstactiek
    filibuster tegen verhoging eigen risico Filibuster tegen verhoging eigen risico, [http://nieuwsuur.nl/onderwerp/383399-filibuster-tegen-verhoging-eigen-risico.html]

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘obstructie door eindeloze redevoeringen’ voor het eerst aangetroffen in 1961

Vertalingen

Spaansfilibustero, filibusterismo