filmzaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfɪlᵊmˌzal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zaal waarin films vertoond kunnen worden
    De filmzaal, waar de gloriejaren herleven, wordt deze zomer een centrum over de wederopbouw. NRC 19 mei 2016
    Maar de filmzaal waar Bernhard de films bekeek die op de markt kwamen, is ook mooi. Maar wel heel anders dan de historische zalen, want het komt uit de jaren 30."