financiën

meervoud/fiˈnɑnsijə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geldmiddelen van een persoon of instelling
    Ik wil een nieuwe computer maar mijn financiën staan me dat niet toe.

Etymologie

*, via Middelnederlands "financien" van "finances" of middeleeuws Latijn "financia", in de betekenis van ‘geldwezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1459

Vertalingen

Engelsfinances
Fransfinances
DuitsFinanzen
Spaansfinanzas