firmware

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfʏːrmwɛːr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. software die in de hardware ingeprogrammeerd is
    De FBI wil via de rechter Apple dwingen om speciale firmware te ontwikkelen die toegang geeft tot data van de iPhone van een aanslagpleger. De smartphone zou informatie bevatten over een schietpartij in San Bernardino in december vorig jaar.
    De hackbare pacemakers hoeven niet uit de lichamen van patiënten te worden gehaald om te worden vervangen, omdat dit te gevaarlijk zou zijn voor de 465.000 mensen die de betreffende apparaten dragen. In plaats daarvan stelt Abbott een update van het programma in de pacemakers beschikbaar die het veiligheidslek dicht. In Nederland wacht producent Abbott naar eigen zeggen nog op goedkeuring van de nieuwe firmware.
    Computerclub HCC is getroffen door een zware cyberaanval. ,, Hoewel alle software en firmware up-to-date waren, heeft deze aanval veel schade kunnen aanrichten, zowel software- als hardwarematig", aldus de vereniging die onder andere computercursussen houdt voor ouderen.

Etymologie

* uit het Engels

Vertalingen

Engelsembedded electronics, firmware
Fransfirmware
DuitsFirmware
Poolsoprogramowanie sprzętowe