fiscaal
mannelijk (de)/fɪsˈkal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- openbare aanklager bij bepaalde rechtbanken
- de belastingen betreffendNederland is fiscaal lek voor Portugal [http://www.nu.nl/economie/3570448/nederland-fiscaal-lek-portugal.html www.nu.nl]De Rekenkamer noemt het niet zeker of het energielabel voor woningen voldoende betrouwbaar is; verder is onduidelijk wat het effect is van een fiscale regeling die bedoeld is om experts uit het buitenland aan te trekken en van regelingen om oudere werklozen aan werk te helpen.
Etymologie
* afgeleid van fiscus
Vertalingen
Engelsfiscal
Fransfiscal
Spaansfiscal, tributario
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek