Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
fiskalen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een geslacht van zangvogels uit de familie (bosklauwieren). De geslachtsnaam werd in 1816 door geldig gepubliceerd. In het Nederlands heten deze vogels fiskaal, een oude benaming voor een soort klauwier. Andere namen die voor deze groep genoemd worden zijn "gonolek" en "boeboe"
Etymologie
* "fiskaal" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek