fistel
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een kanaalvormige zweerHij ging naar de dokter vanwege een fistel.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afvoerkanaal van etter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1301
Vertalingen
Engelsfistula
Fransfistule
DuitsFistel
Spaansfistula
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek