fixeren

/fɪkˈserə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de blik onafwendbaar op iets richten
    Hij fixeerde zijn blik op de secondewijzer van de klok.
  2. fotografie, ov (fotografie) (ov) een ontwikkeld fotografisch beeld vastleggen door een behandeling met bijvoorbeeld een thiosulfaatoplossing
    Deze foto is niet goed gefixeerd en verkleurt daarom.
  3. inerg (inerg) de gedachten alsmaar om een bepaalde zaak laten draaien

Etymologie

*: "fixeer" met de uitgang -en

Vertalingen

Engelsaffix, attach, determine
Fransfixer
Spaansfijar, virar