fladderen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (medisch) flutter, vorm van hartritme, waarbij de boezems of kamers zich zeer snel ritmisch samentrekken
- (inerg) onhandig heen en weer vliegen met veel vleugelgeklap
- (erga) onhandig met veel vleugelgeklap zich ergens heen begevenDe jonge vogel was naar het water gefladderd en er bijna ingevallen.
- met groot gemak voortbewegenMet een ibuprofen en oordoppen in kroop ik als een rups diep in elkaar. Hopelijk zou ik me de volgende ochtend een stuk beter voelen en als een vlinder de berg over fladderen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘vlinderen, wapperen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1755
Vertalingen
Engelsflutter
Spaansrevolotear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek