flambouw
mannelijk/vrouwelijk (de)/flɑm'bɔu/
Wat is de betekenis van flambouw?
flambouw betekent: een in brandbare stof gedrenkte stok die gebruikt wordt als buitenverlichting
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een in brandbare stof gedrenkte stok die gebruikt wordt als buitenverlichting
Voorbeelden van "flambouw" in een zin
- Nu gaan we de flambouwen buiten zetten.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘fakkel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1380
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek