fleece

mannelijk (de)/flis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. materiaalkunde (materiaalkunde) textiel van geruwde kunstvezels dat bij een licht gewicht toch goed warmte isoleert
zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) kledingstuk van geruwde kunstvezels dat het bovenlichaam bedekt
    Ja, de fleece van kunststofvezel met zijn betrouwbare rits was een doorbraak.
  2. gemaakt van geruwde kunstvezels

Etymologie

*van "fleece"

Vertalingen

Fransmolletonné(e)(s)