fleece
mannelijk (de)/flis/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (materiaalkunde) textiel van geruwde kunstvezels dat bij een licht gewicht toch goed warmte isoleert
zelfstandig naamwoord
- (kleding) kledingstuk van geruwde kunstvezels dat het bovenlichaam bedektJa, de fleece van kunststofvezel met zijn betrouwbare rits was een doorbraak.
- gemaakt van geruwde kunstvezels
Etymologie
*van "fleece"
Vertalingen
Fransmolletonné(e)(s)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek