flegma
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onverstoorbaarheid
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘onverstoorbaarheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1600
Vertalingen
Engelsindifference, phlegm
Spaansparsimonia, flema, sangre fría
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek