flens
mannelijk (de)/flɛns/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) een opstaande en vaak vlakke rand of kraag, bijvoorbeeld aan het uiteinde van een buis of pijp om een lekdichte verbinding met een andere pijp of een afdichting mogelijk te makenDie flens is beschadigd en maakt een goede afdichting onmogelijk.
zelfstandig naamwoord
- (voeding) dunne pannenkoekFlenzen bakken.
Etymologie
*[B] wellicht van "flensen", verwant met flinter
Vertalingen
Engelsflange
Spaansbrida
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek