flexie
vrouwelijk (de)/ˈflɛk.si/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een buiging, een buigbeweging in een gewricht door de buigspierenHij had last van flexie van de elleboog.
- (taalkunde) de vormverandering van een woord naar gelang zijn grammaticale functie in de zinZo gaat de flexie van het zelfstandig naamwoord.
Etymologie
* Leenwoord uit Frans flexion, geleerde ontlening aan Latijn flexiō ‘buiging, verandering’, afleiding van flectere; zie verder flecteren.
Vertalingen
Engelsflex, flexing, inflection
Fransflexion, flexion
DuitsFlexion
Spaansflexión, flexión
Italiaansflessione, flessione
Portugeesflexão, flexão
Poolsodmiana, fleksja
Zweedsböjning
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek