floers

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een zwarte doorzichtige stof die vooral als teken van rouw wordt gebruikt
  2. een droevige sluier die over iets lijkt te hangen
    Soms barsten de acteurs los in een kundig shownummertje en kun je lachen om de hysterische kuren van de bekeerling (Harm van Geel). Toch is het een voorstelling waarover een floers van droefheid hangt. Volkskrant Carel Alphenaar 15 december 2001

Etymologie

*uit het Frans

Vertalingen

Engelsveil