flop
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mislukking, fiascoDe voorstelling was een complete flop.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘mislukking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1961
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek