fluisteren
Wat is de betekenis van fluisteren?
fluisteren betekent: (inerg) spreken met gedempte stem
Betekenis
- (inerg) spreken met gedempte stem
- (ov) iets met gedempte stem zeggen
Voorbeelden van "fluisteren" in een zin
- Zij fluisterden om de kinderen niet wakker te maken.
- ‘Dit is het,’ fluisterde ik opgewonden in het duister. Vandaag zou ik de woestijn intrekken, een dorre vlakte die mij totaal vreemd was. De adrenaline gierde door mijn lijf omdat, na meer dan een jaar voorbereiding, mijn trektocht van Mexico naar Canada eindelijk begon.
- Het antwoord werd in zijn oor gefluisterd.
Betekenis en uitleg van fluisteren
Fluisteren is het zachtjes spreken, vaak met de bedoeling om niet gehoord te worden door anderen. Het is een intieme manier van communiceren die vaak een gevoel van geheimhouding of discretie met zich meebrengt.
Je gebruikt het woord 'fluisteren' vaak in situaties waarin je iets te zeggen hebt dat je liever niet luidop deelt, zoals tijdens een geheime conversatie of in een stille omgeving. Het kan ook een speelse of romantische nuance hebben, zoals wanneer je iemand iets liefs in het oor fluistert. Fluisteren brengt een gevoel van verbondenheid en vertrouwelijkheid met zich mee.
Voorbeelden
- Tijdens de les fluisterde ze naar haar vriend om hem niet te storen.
- Hij fluisterde een geheim in haar oor, waardoor ze allebei moesten lachen.
- In de bibliotheek is het belangrijk om te fluisteren, zodat je anderen niet afleidt.
Woordoorsprong
Het woord 'fluisteren' heeft zijn oorsprong in het Oudnederlands en is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die ook duiden op zacht of geheimzinnig spreken.
Veelgestelde vragen over fluisteren
Wat is de betekenis van fluisteren?
fluisteren betekent: (inerg) spreken met gedempte stem
Hoeveel betekenissen heeft fluisteren?
fluisteren heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je fluisteren in een zin?
Voorbeeld: “Zij fluisterden om de kinderen niet wakker te maken.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘zacht spreken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1640