fluit

mannelijk/vrouwelijk (de)/flœyt/

Wat is de betekenis van fluit?

fluit betekent: (muziekinstrument) buisvormig blaasinstrument

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) buisvormig blaasinstrument
  2. techniek (techniek) op luchtstroom werkend signaalinstrument
  3. scheepvaart (scheepvaart) zeegaand vrachtschip met drie masten uit de 17e en 18e eeuw
  4. drinken, huishouden (drinken), (huishouden) een wijn/champagneglas met voet, oorspronkelijk uit de 17e eeuw
  5. anatomie, figuurlijk, informeel (anatomie) (figuurlijk) (informeel) mannelijk geslachtsdeel

Voorbeelden van "fluit" in een zin

  • Ten slotte kwam hij in een rotsachtige streek, waar hij plotseling de fluit van een herdersjongen hoorde.

Etymologie

*via Middelnederlands "flute" / "floite" van "flaute", in de betekenis van ‘blaasinstrument’ aangetroffen vanaf 1351

Uitdrukkingen

  • Een fluitje van een centIets heel gemakkelijks
  • Geen fluitHelemaal niets

Vertalingen

Engelsflute, whistle, whistle
Fransflûte, sifflet, flûte
DuitsFlöte, Trillerpfeife, Fleute
Spaansflauta, silbato, pito
Italiaansflauto
Poolsflet
Zweedsflöjt