flut

mannelijk/vrouwelijk (de)/flʏt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drinken (drinken) (te) slappe thee
  2. informeel (informeel) waardeloos, beneden de maat, ondermaats
    Die hele vertoning was toch gewoon flut?

Etymologie

* In de betekenis van ‘prul’ voor het eerst aangetroffen in 1961