Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

fnazel

vrouwelijk (de)/ˈfnazəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) vezel, spriet
    Roof- en dwangzucht brak mijn bandenTot den laatsten fnazel af, (…)
    De bloessem bestaat uit geele fnazelkens (…)

Etymologie

*van Middelnederlands "fnase", "vnase" "rafel, franje" en "veese", "vese" "vezel, rafel" cognaat met "faso", "fasa", "fæs" en "fjæser"