fnuiken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) verminderen, saboterenNu was hij de laatste tijd juist minder monter dan gewoonlijk. Door het vooruitzicht van een wapenstilstand was hij zichtbaar in de put geraakt, was zijn patriottische bezieling gefnuikt. Luitenant Pradelle ging kapot aan het idee dat er een eind aan de oorlog kwam.{{Aut|Lemaitre, Pierre
- (ov) in de kiem smoren
Etymologie
* In de betekenis van ‘beknotten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1613
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek