focus
onzijdig (het)/ˈfokʏs/
Wat is de betekenis van focus?
focus betekent: brandpunt, punt waarop de meeste aandacht is gericht
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- brandpunt, punt waarop de meeste aandacht is gericht
- (natuurkunde) een punt of verzameling van punten waar alle stralengangen van een optisch element samenkomen
- (medisch) ontstekingshaard
Voorbeelden van "focus" in een zin
- Op school ligt de focus op taal en rekenen.
- Het focus van de kristalmonochromator van een Guiniercamera is een lijn.
Etymologie
*van Latijn "focus" "haard"
Vertalingen
Engelsfocus
Fransfoyer
DuitsFokus
Spaansfoco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek