focus

onzijdig (het)/ˈfokʏs/

Wat is de betekenis van focus?

focus betekent: brandpunt, punt waarop de meeste aandacht is gericht

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. brandpunt, punt waarop de meeste aandacht is gericht
  2. natuurkunde (natuurkunde) een punt of verzameling van punten waar alle stralengangen van een optisch element samenkomen
  3. medisch (medisch) ontstekingshaard

Voorbeelden van "focus" in een zin

  • Op school ligt de focus op taal en rekenen.
  • Het focus van de kristalmonochromator van een Guiniercamera is een lijn.

Etymologie

*van Latijn "focus" "haard"

Vertalingen

Engelsfocus
Fransfoyer
DuitsFokus
Spaansfoco