foef
mannelijk/vrouwelijk (de)/fuf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vulgair) vagina
- truc, handigheidjeDit werkt niet. Weet jij daar een foefje voor?
- uitvlucht, een (kleine) leugen, valse mededeling, drogreden, smoes
Uitdrukkingen
- [3] Iemand een foefke vertellen. — iemand iets wijs maken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek