foef

mannelijk/vrouwelijk (de)/fuf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vulgair (vulgair) vagina
  2. truc, handigheidje
    Dit werkt niet. Weet jij daar een foefje voor?
  3. uitvlucht, een (kleine) leugen, valse mededeling, drogreden, smoes

Uitdrukkingen

  • [3] Iemand een foefke vertellen.iemand iets wijs maken