fooienpot
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- spaarpot waar alle fooien in gestopt worden die werknemers ontvangen en waarvan het geld voor een gemeenschappelijk doel wordt besteed
- pot waarin vrijblijvend geld wordt gedaan terwijl de ontvangers recht hebben op die gelden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek