forens
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die dagelijks heen en weer reist tussen de woongemeente en de werkgemeenteEen groot deel van de inwoners van dit dorpje is forens.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘wie woont buiten de plaats waar hij werkt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1898
Vertalingen
Engelscommuter
DuitsPendler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek