fourniturenzaak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌfurniˈtyrə(n)zak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een winkel waar naaibenodigdheden te koop zijn
    Mijn favoriete fourniturenzaakjes zijn A. Boeken in de Nieuwe Hoogstraat en Jan de grote kleinvakman op de Albert Cuyp. Denk hierbij aan relatief kleine winkels die tot de nok toe gevuld zijn met hebberig makende rollen stof, garen, kant, lint, knopen, ritsen en ga zo maar door.de Telegraaf 23 januari 2014
    Een aankleding zo kleurig en divers als het assortiment van een rijk gesorteerde fourniturenzaak: het garen en band voor een geslaagd schrijverschap lijken hier bijeen vergaard, inclusief de toevallige accessoires die de garderobe vervolmaken.NRC Jessica Voeten 28 november 1997