foyer
mannelijk (de)/fwɑˈje/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verzamelplaats, zaal voor de verpozing (bijvoorbeeld in een hotel of schouwburg){{ouds{{ouds
- koffiekamer in openbare gebouwen{{oudsU kunt koffie halen in onze vernieuwde foyer.
Etymologie
**[2] In de huidige betekenis als synoniem van “koffiekamer” , voor het eerst aangetroffen in het jaar 1885.
Vertalingen
Engelsfoyer
Fransfoyer, lobby
DuitsFoyer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek