fragmenteren

/frɑxmɛnˈterə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) in kleine brokstukken uiteen doen vallen
    De botsing van de Afrikaanse en Euraziatische plaat fragementeerde dit gebergte in drie delen.
  2. erga (erga) in kleine brokstukken uiteenvallen
    De harde schijf is gefragmenteerd.
    Hoewel alles wat ik zag hier al eeuwen stond, maakte het een breekbare indruk op mij, als een mirage gebouwd op zee die bij de geringste rimpeling van het water gefragmenteerd zou raken tot onsamenhangende herinneringen op miljoenen foto's.

Etymologie

*afgeleid van het Franse fragmenter ()

Vertalingen

Fransfragmenter
Spaansfragmentar