Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

framing

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfremΙͺΕ‹/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sociologie (sociologie) de verzameling vooroordelen die media, mensen en groepen gebruiken voor hun beeldvorming en communicatie
    Op 13 mei 2000 vond in de wijk Roombeek te Enschede een ramp plaats. Een brand bij vuurwerkfabriek SE Fireworks had een tweetal zeer zware explosies tot gevolg. Hierbij vielen 22 doden en 947 gewonden. Naar aanleiding van deze gebeurtenis is in Nederland het externe veiligheidsbeleid aangescherpt door de overheid. Een ramp van dergelijke omvang en impact heeft veel stof doen opwaaien in de media. Deze media (in de persoon van journalisten) moesten daarbij een selectie maken om te bepalen `wie of wat nieuws was (agenda setting) en `hoe dat nieuws te brengen (framing). Framing is dus een visie; een kader waarbinnen een onderwerp of persoon belicht wordt.
    Niet de historische context, maar de maatschappelijke framing van het thema is dus bepalend bij Bals culturele analyse.
  2. in een context plaatsen om een eigenschap te suggereren
    De reclamewereld maakt graag gebruik van framing om producten beter te laten lijken.
    Met framing kunnen volksmenners bevolkingsgroepen op slinkse wijze zwart maken.

Etymologie

*In de politieke verslaggeving van Nederland door de historica Sanderijn Cels gepopulariseerd dankzij haar publicatie, Dat hoort U mij niet zeggen: hoe politici u de werkelijkheid voorspiegelen (2007).

Vertalingen

Franscadrage
DuitsFraming, Deutungsrahmen, Rahmen
Spaansencuadre
Portugeesenquadramento