fret

/frɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) bepaald soort klein marterachtig zoogdier,
zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) dunne boor met schroefdraad
zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) metalen richel op de hals van een snaarinstrument (gitaar) waarop de snaar wordt afgeknepen

Etymologie

*[C] van "fret"

Vertalingen

Engelsferret, fret
Fransfuret, frette
DuitsFrettchen, Bund
Spaanshurón
Italiaansfuretto
Poolsfretka
Zweedstamiller
Deensfritte