friteuse
vrouwelijk (de)/friˈtøzə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een huishoudtoestel dat gebruikt wordt om in olie bepaalde gerechten te frituren
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘frituurpan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1979
Vertalingen
Engelsdeep fryer
Fransfriteuse
DuitsFritteuse
Spaansfreidora
Italiaansfriggitrice
Portugeesfritadeira
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek