Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
froisseren
/frwɑˈzerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een beetje kwetsen, licht krenkenHij vergeleek mij - oh, het moest mij niet froisseren - met Jacob Cats. Het froisseerde mij helemaal niet want Bordewijk kon al jarenlang geen kwaad bij mij doen en ik ben er nog altijd blij mee dat ik hem bij die gelegenheid, en op de bescheiden viering met een borrel daarna, van zo dichtbij mocht meemaken.Om Duitsland niet te veel te froisseren werden de conflicten die zich voordeden, in de regel binnenskamers behandeld.
Etymologie
*van "froisser" "kneuzen, bezeren, krenken", dat teruggaat op middeleeuws Latijn "frustiare" "geselen, striemen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek