frust
mannelijk (de)/frʏst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (jongerentaal) (pejoratief) onzeker persoon die nooit bereikt wat hij wil en zich daar weer over opwindtIk zal wel een nerd of een frust zijn, maar al dat openbare gepraat over seks maakt mij erg onrustig.
Etymologie
*verkorting van "gefrustreerde"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek