fuchsia
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfʏksija/
Wat is de betekenis van fuchsia?
fuchsia betekent: (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht in de teunisbloemfamilie
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht in de teunisbloemfamilie
zelfstandig naamwoord
- (kleur) bepaalde roze kleur, zoals de bloemen van fuchsia's hebben
Voorbeelden van "fuchsia" in een zin
- Zij gaf haar buurvrouw een stekje van de fuchsia.
- Kijken naar de natuur is geruststellend, zegt ze, en toont een fuchsia.
- Heeft u die ook in het fuchsia?
- Want Van Roosmalen zit in het centrum van Tiel te werken aan het stukje dat hij die avond zal voorlezen en laat weten dat er een smartlappenfestival gaande is, inclusief in fuchsia geklede koren van 65-plussers.
Etymologie
* van modern Latijn "Fuchsia", een (eponiem) vernoeming in 1703 naar de 16e eeuwse Duitse botanicus door de Franse botanicus ; in de betekenis van ‘siergewas’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek