functie

vrouwelijk (de)/ˈfʏŋksi/

Wat is de betekenis van functie?

functie betekent: doel of taak binnen een geheel van een systeem of apparaat

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. doel of taak binnen een geheel van een systeem of apparaat
  2. economie (economie) positie [5], ambt of betrekking [2] binnen een bedrijf of andere organisatie
  3. wiskunde (wiskunde) relatie die de afhankelijkheid van één element (de functiewaarde) van één of meer andere definieert
  4. informatica (informatica) een subroutine (als eenheid beschouwd deel van een computerprogramma dat aangeroepen kan worden) die een waarde oplevert

Voorbeelden van "functie" in een zin

  • De functie van de antenne is om het radiosignaal te ontvangen.
  • De functionaliteit is het geheel aan functies.
  • Wat is de functie van die nieuwe werknemer?
  • Een keus had hij niet, uit hoofde van zijn functie moest hij wel gaan helpen.
  • 'Wat hadden we nou afgesproken? We zouden even alle problemen in Nederland laten' Ze heeft haar handen in haar zij gezet alsof ze in functie is.

Etymologie

* Van fonction. Verder te herleiden tot Latijn "functio" (< "fungi"). In de betekenis van ‘ambt’ voor het eerst aangetroffen in 1652

Vertalingen

Engelsfunction, function, function
Fransfonction, fonction, fonction
DuitsFunktion, Funktion, Funktion
Spaansfunción, función, oficio
Italiaansfunzione
Poolsfunkcja, funkcja, funkcja