fusee

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) scharnier van het autovoorwiel
    In grote lijnen was de opbouw als volgt: Een 'chassis' van 2 U-balken, dat aan de voorzijde sterk was uitgebogen, zodat het voorwiel ongehinderd erin kon zwenken. De uiteinden van de chassisbalken waren onderling verbonden en in het midden zat een fusee-pen waarom de grote naaf van het voorwiel kon draaien. Een spoorstang verbond die naaf met de (verticale) stuurstang (gelagerd in een zeer breed spatbord). In grote lijnen dus zoals door u beschreven. NRC D. de Voogd 18 april 1991
  2. met brandbare, explosieve stoffen gevulde huls of pijp

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘scharnier van autovoorwiel’ voor het eerst aangetroffen in 1953