fustage

vrouwelijk (de)/fʏsˈtaʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) opslag in vaten
    {{ouds|1805
  2. voorwerpen om goederen in te transporteren (meer in het algemeen)
    De kisten zijn nu door de gemeentereiniging opgeslagen. (…) We herinneren eraan, dat ook tijdens de begrotingsdebatten in de gemeenteraad van Groningen geklaagd is over de opslag van fustage aan het Zuiderdiep, waarbij van de zijde van het college, dat de ervaring met deze centrale zeer slecht noemde, is meegedeeld dat overplaatsing naar de Wilhelminakade vóór 10 December moest plaats vinden.

Etymologie

*afgeleid van "fust"