future

vrouwelijk (de)/ˈfjuːtʃər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. effectenhandel (effectenhandel) contract op basis van de waarde die bepaalde goederen, effecten of valuta op een bepaald moment in de toekomst zullen hebben
    Met een future speculeer je op het toekomstige koersverloop van een onderliggende waarde: dat kan bijvoorbeeld een aandeel zijn, een grondstof of een valuta.
  2. verouderd (verouderd) toekomstige echtgenote
    Kom, zegt hij, we gaan naar mijn ‘future’!

Etymologie

*[2] van "future"