futurum
onzijdig (het)/fyˈtyrʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (grammatica) aanduiding voor handelingen die zich in de toekomst afspelen en voor de vorm die het werkwoord krijgt als de handeling die het uitdrukt zich in de toekomst afspeeltZo zal een Franstalige moeten leren dat het Nederlands voor het futurum een eigen hulpwerkwoord heeft, maar ook dat het futurum in het Nederlands veel minder gebruikt wordt dan in het Frans.
Etymologie
*van Latijn "futurum", in de betekenis "toekomende tijd" aangetroffen vanaf 1633
Vertalingen
Spaansfuturo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek