g.g.d.

mannelijk (de)/ˈɣrotstə ɣəˌmenəˈdelər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) hoogste natuurlijke getal waar elk van een bepaalde groep gehele getallen door kan worden gedeeld zonder dat er een rest overblijft
    De grootste gemene deler (afgekort g.g.d.) van twee gehele getallen m en n is het grootste natuurlijke getal dat een deler is van beide getallen; we noteren ggd(m,n)

Etymologie

*[1] (afkorting) ɡrootste ɡemene deler, waarin "grootst" de overtreffende trap van "groot" "omvangrijk" is, "gemeen" de betekenis "gemeenschappelijk" en "deler" de betekenis "deeltal" heeft; geschreven met punten en kleine letters volgens