gaan

/ɣan/

Wat is de betekenis van gaan?

gaan betekent: (erga) zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af
  2. mogelijk zijn
  3. auxl (auxl) vormt een onmiddellijke toekomende tijd
  4. auxl (auxl) (Belgisch-Nederlands) vormt een toekomende tijd, grotendeels synoniem met zullen

Voorbeelden van "gaan" in een zin

  • Hij ging naar Amerika.
  • Ze waren naar buiten gegaan om te plassen maar werden daar plotseling omringd door een blauwe lichtbol.
  • Dat gaat niet.
  • En nu ga ik slapen.
  • Wat had ik nu spijt van het plan om de zonsondergang en zonsopkomst vanaf de top te willen gaan bekijken.

Betekenis en uitleg van gaan

Het woord 'gaan' verwijst naar de actie van zich verplaatsen van de ene naar de andere plek. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk worden gebruikt, zoals het gaan naar een bestemming of het gaan van de ene fase in je leven naar de andere.

Je gebruikt 'gaan' vaak in combinatie met een werkwoord om een toekomstige actie aan te duiden, bijvoorbeeld 'ik ga wandelen'. Het woord heeft ook een betekenis in de zin van iets dat zich ontwikkelt of voortschrijdt, zoals in 'het gaat goed met de voorbereidingen'. Dit maakt het een veelzijdig woord dat in veel verschillende contexten toegepast kan worden.

Voorbeelden

  • Ik ga morgen naar het concert met mijn vrienden.
  • Als het zo verdergaat, dan gaan we de deadline niet halen.
  • Laten we naar het park gaan om te genieten van het mooie weer.

Woordoorsprong

Het woord 'gaan' is afgeleid van het Oudgermaanse *gānan, wat 'bewegen' of 'verplaatsen' betekent. Dit geeft aan dat de oorsprong van het woord al vroeg in de geschiedenis verbonden is met beweging.

Veelgestelde vragen over gaan

Wat is de betekenis van gaan?

gaan betekent: (erga) zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af

Hoeveel betekenissen heeft gaan?

gaan heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je gaan in een zin?

Voorbeeld: “Hij ging naar Amerika.

Etymologie

:: κίω, κιγχανω, κιχανω

Uitdrukkingen

  • gaan met die banaan
  • gaan voor
  • dames gaan voor
  • te boven gaan
  • Aan de haal gaanergens mee vandoor gaan
  • Aan hetzelfde euvel mank gaandezelfde fouten maken als iemand anders
  • Alleen de zon gaat voor niets op.voor welvaart moet gewerkt worden, niks is gratis
  • Als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan.genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is

Vertalingen

Engelsgo
Fransaller
Duitsgehen, davonmachen, türmen
Spaansir, andar
Italiaansandare
Portugeesir
Russischидти
Chinees
Koreaans가다
Arabischذهب
Turksgitmek
Poolsiść, chodzić
Zweeds