gaas

onzijdig (het)/ɣas/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een uit dunne gevlochten metalen draadjes gemaakte mat
    Het kippenhok werd gemaakt van een houten geraamte bekleed met gaas.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘luchtig weefsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1692

Vertalingen

Engelswire mesh, gauze
Franstoile métallique
DuitsGaze